Terug
Gepubliceerd op 23/12/2025

2025_GR_00201 - Reglement registratie van en belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 - Goedkeuring

Gemeenteraad
ma 22/12/2025 - 20:00 Raadzaal De Bron
Goedgekeurd
Dit besluit handelt over een Belastingreglement, type Kohierbelasting. Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026 en eindigt op 31/12/2031
  • Relevante MAR code: 7375 - Krotten/ verwaarloosde/ongeschikte woningen en gebouwen
  • Bijkomende aanslagvoet: Nee

Samenstelling

Aanwezig

Lieven Vanbelleghem; Marleen Soete; Peter Vantomme; Dominique Cool; Jean-Marie Callewaert; Jos Meersch; Brecht Bogaert; Leen Louwagie; Laurent Hoornaert; Doris Dereyne; Sabine Joye; Thijs Supply; Valerie Deraeve; Ronny Vanderhaeghe; Elise Carpentier; Veerle Masschelein; Margaux Degandt; Kathy Top; Jochen Vermote; Eddy Vanacker

Secretaris

Jochen Vermote

Voorzitter

Eddy Vanacker

Stemming op het agendapunt

2025_GR_00201 - Reglement registratie van en belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 - Goedkeuring

Aanwezig

Lieven Vanbelleghem, Marleen Soete, Peter Vantomme, Dominique Cool, Jean-Marie Callewaert, Jos Meersch, Brecht Bogaert, Leen Louwagie, Laurent Hoornaert, Doris Dereyne, Sabine Joye, Thijs Supply, Valerie Deraeve, Ronny Vanderhaeghe, Elise Carpentier, Veerle Masschelein, Margaux Degandt, Kathy Top, Jochen Vermote, Eddy Vanacker
Stemmen voor 11
Doris Dereyne, Lieven Vanbelleghem, Marleen Soete, Brecht Bogaert, Leen Louwagie, Thijs Supply, Valerie Deraeve, Ronny Vanderhaeghe, Elise Carpentier, Veerle Masschelein, Eddy Vanacker
Stemmen tegen 8
Peter Vantomme, Dominique Cool, Jean-Marie Callewaert, Jos Meersch, Laurent Hoornaert, Sabine Joye, Margaux Degandt, Kathy Top
Onthoudingen 0
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2025_GR_00201 - Reglement registratie van en belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 - Goedkeuring 2025_GR_00201 - Reglement registratie van en belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.

Op basis van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder artikel 2.15 tot en met 2.20, kunnen gemeenten een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bijhouden. 

Gemeenten kunnen een reglement aannemen om nadere materiële en procedurele regels voor het verwaarlozingsregister te bepalen. 

Het reglement houdende registratie van en belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen dient hernieuwd te worden vanaf 1 januari 2026.

De gemeente maakt deel uit van IGS Wonen Zonnebeke – Langemark-Poelkapelle. Voor een gemeente die deelneemt aan een gesubsidieerd intergemeentelijk samenwerkingsproject lokaal woonbeleid is het opsporen, registreren en aanpakken van verwaarloosde woningen en gebouwen verplicht.

Doel van de belasting

  • Verwaarlozing is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen onbruikbaar zijn of zelfs gevaarlijk, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de gemeente een verarming betekent;
  • Verwaarloosde woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme en vervuiling omdat een goed waarvoor geen zorg gedragen wordt weinig respect wekt bij passanten en buurtbewoners;
  • Verwaarlozing creëert een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt;
  • Verwaarloosde woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren;
  • Verwaarloosde gevels in het straatbeeld doen de inspanningen van de gemeente om het openbaar domein opnieuw aan te leggen of net te houden grotendeels teniet; 
  • Verwaarloosde woningen en gebouwen zijn minder of niet bruikbaar voor hun functie waardoor ze ruimte in beslag nemen zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt;
  • Het is nuttig om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen;
  • De strijd tegen de verwaarloosde woningen en gebouwen zal maar een effect hebben als de opname in een verwaarlozingsregister ook leidt tot een belasting;
  • De belasting wordt bewust op een voldoende hoog niveau vastgesteld om eigenaars aan te zetten tot het nemen van maatregelen ter bestrijding van de verwaarlozing. De belasting is primair bedoeld als een ontradend instrument en heeft niet de bedoeling om zoveel mogelijk inkomsten te genereren;
  • Om ontradend te werken wordt het bedrag van de heffing verhoogd naarmate een pand langer op het register staat. Tegelijkertijd wordt een maximumbedrag vastgelegd om te vermijden dat de belasting disproportioneel hoog oploopt;
  • De jaren dat een vrijstelling werd toegekend, tellen niet mee voor berekening van de belasting. Op die manier stijgt de belasting pas bij herhaalde effectieve heffingen. Dit systeem is rechtvaardiger voor eigenaars die aantoonbaar inspanningen leveren (bv. renovatie), het verhoogt de aanvaardbaarheid van de belasting én sluit beter aan bij het doel van de belasting: verwaarlozing ontmoedigen, niet het bestraffen van actieve eigenaars.

De vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente. Vaak gaat het om situaties waarin een zakelijk gerechtigde of het object (woning of gebouw) zich bevinden, waarbij niet redelijkerwijze kan worden verwacht dat er dadelijk een einde aan de verwaarlozing kan worden gesteld: bijvoorbeeld bij allerlei vormen van onteigening, beschadiging door plotse ramp. 

Verder zijn er ook de situaties waarbij men aan de betrokken belastingplichtige de kans wenst te geven om binnen een redelijke termijn de nodige acties te ondernemen om een einde te stellen aan de verwaarlozing: bijvoorbeeld bij de overdracht van het pand, de uitvoering van al dan niet vergunningsplichtige werken, de indiening van een restauratiepremie-dossier, sloop. 

De vrijstelling voor belastingplichtigen die voor het gebouw of de woning reeds een gemeentelijke belasting op leegstand dient de betalen voor hetzelfde aanslagjaar, wordt niet langer voorzien. In de praktijk blijkt dat een aantal panden die zowel verwaarloosd als langdurig leegstaand zijn onvoldoende geactiveerd worden. Deze dubbele problematiek heeft een negatieve impact op het straatbeeld, de leefomgeving en het veiligheidsgevoel in de gemeente.

Om deze panden effectief aan te pakken en hun hergebruik te stimuleren, wordt voortaan een gecombineerde belasting geheven. Door het wegvallen van de vrijstelling en het invoeren van een dubbele belasting, beoogt de gemeente een krachtiger signaal te geven aan eigenaars om hun panden te renoveren en opnieuw in gebruik te nemen.

Juridische grond

  • Artikel 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet;
  • Het Vlaamse bestuursdecreet van 7 december 2018;
  • Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
  • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
  • Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Regelgeving bevoegdheid

De gemeenteraad is bevoegd op basis van artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.
<p>De gemeenteraad is bevoegd op basis van artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.</p>

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:
  • Administratie: het intergemeentelijk samenwerkingsverband Woondienst Zonnebeke - Langemark-Poelkapelle wordt door het gemeentebestuur belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het verwaarlozingsregister;
  • Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen;
  • Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
    • een aangetekend schrijven;
    • een afgifte tegen ontvangstbewijs.
  • Gebouw: elk bebouwd onroerend goed dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  • Opnamedatum: de datum waarop de woning of het gebouw opgenomen wordt in het verwaarlozingsregister;
  • Verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 2 van dit reglement;
  • Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  • Houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
    • de volle eigendom;
    • het recht van opstal of van erfpacht;
    • het vruchtgebruik;
    • het recht van bewoning

HOOFDSTUK 1. REGISTRATIE

Artikel 2

Het verwaarlozingsregister

§1. De administratie houdt een register bij van verwaarloosde woningen en gebouwen. 

§2. In het verwaarlozingsregister worden de volgende gegevens opgenomen:

  • het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;
  • de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;
  • de identiteit en het adres van alle houders van het zakelijk recht;
  • het nummer en de datum van het opnameattest;
  • de gebreken en tekenen van verval die aanleiding gaven tot de opname.

Artikel 3

Registratie in het verwaarlozingsregister 

§1. Het college van burgemeester en schepenen stelt de personeelsleden aan voor de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen. De onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden worden omschreven in het artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

§2. Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten.

Als ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval worden beschouwd de gebreken die verder verval op korte termijn in de hand werken. Dit geldt in het bijzonder wanneer bij hoofd- en/of bijgebouw(en):

  • de water- of winddichtheid is aangetast en/of
  • de stabiliteit is aangetast en/of
  • onderdelen losgekomen zijn of dreigen los te komen en/of
  • voorgaande gebreken met voorlopige of ontoereikende maatregelen werden verholpen.

§3. Een verwaarloosde woning of verwaarloosd gebouw wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister aan de hand van een genummerd opnameattest waaraan minstens één foto wordt toegevoegd. Het opnameattest bevat een beschrijvend verslag met een opsomming van alle gebreken die aanleiding geven tot de opname in het verwaarlozingsregister.

§4. Een woning die opgenomen is in de Vlaamse inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.

§5. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk leegstandsregister kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.

Artikel 4

Kennisgeving van registratie in het verwaarlozingsregister

§1. De administratie richt een eerste kennisgeving betreffende de verwaarlozing van de woning of het gebouw met een opsomming van de gebreken die aanleiding geven tot opname in het verwaarlozingsregister per aangetekend schrijven aan de zakelijk gerechtigde zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen.

De zakelijk gerechtigde kan de vaststelling binnen 30 dagen na de kennisgeving betwisten en/of binnen dezelfde termijn aantonen dat de woning of het gebouw niet (meer) verwaarloosd is.

Indien de verwaarlozing weerlegd wordt of ondertussen weggewerkt is, wordt de woning of het gebouw niet opgenomen in het register. De administratie brengt de zakelijk gerechtigde binnen de 60 dagen op de hoogte van deze beslissing.

§2. Wanneer de vaststelling niet werd betwist of de houder van het zakelijk recht er niet in slaagt de gebreken weg te werken of het tegenbewijs te leveren, wordt de woning of het gebouw opgenomen in het verwaarlozingsregister. De administratie bevestigt de opname op het verwaarlozingsregister per beveiligde zending aan de zakelijk gerechtigde.

Deze kennisgeving bevat:

  • het opnameattest met het beschrijvend verslag;
  • informatie over de gevolgen van de opname in het verwaarlozingsregister;
  • informatie over de beroepsprocedure tegen de opname in het verwaarlozingsregister;
  • informatie over de vrijstellingsmogelijkheden en het schrappingsverzoek uit het verwaarlozingsregister.

De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde(n). Is de woonplaats niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest betrekking heeft.

Artikel 5

Beroep tegen de registratie in het verwaarlozingsregister

§1. Binnen een termijn van 30 dagen die ingaat de dag na de datum van de beveiligde zending vermeld in artikel 4 §2, kan de houder van het zakelijk recht bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:

  • de identiteit en het adres van de indiener;
  • de vermelding van het nummer van het opnameattest en het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft;
  • de bewijsstukken die aantonen dat de opname van de woning of het gebouw in het verwaarlozingsregister ten onrechte is gebeurd. De registratie kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

Als datum van het beroepschrift geldt de datum van de beveiligde zending.

Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

§2. Zolang de indieningstermijn van 30 dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

§3. Elk inkomend beroepschrift wordt in het verwaarlozingsregister geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging afgegeven of verstuurd.

§4. Het beroepschrift is onontvankelijk als het niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in §1.

§5. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.

§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek dat uitgevoerd wordt door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van 90 dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift.

§8. Als de kennisgeving vermeld in §7 niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.

§9. Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het verwaarlozingsregister.

§10. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het beroep tegen de registratie kan binnen een termijn van 3 maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.

Artikel 6

Schrapping uit het verwaarlozingsregister

§1. Een woning of een gebouw wordt geschrapt uit het verwaarlozingsregister wanneer de houder van het zakelijk recht bewijst dat de ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval die aanleiding gaven tot de opname in het verwaarlozingsregister en die zijn omschreven in artikel 3 §2 en §3 hersteld zijn of verwijderd. In geval van sloop moet alle puin geruimd zijn.

De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden.

§2. Voor de schrapping uit het verwaarlozingsregister richt de houder van het zakelijk recht een ondertekend en gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat: 

  • de identiteit en het adres van de indiener;
  • de vermelding van het nummer van het opnameattest en het adres van de woning of het gebouw waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
  • de bewijsstukken overeenkomstig §1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt kan worden uit het verwaarlozingsregister.

Als datum van het schrappingsverzoek geldt de datum van de beveiligde zending.

Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

De administratie kan ambtshalve schrappen indien ze reeds over de nodige gegevens en bewijsstukken beschikt.

De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het verwaarlozingsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending. 

Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het verwaarlozingsregister. De indieningsdatum van het schrappingsverzoek geldt als de datum waarop de woning of het gebouw uit het verwaarlozingsregister wordt geschrapt.

Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5.

HOOFDSTUK 2. BELASTING OP VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN

Artikel 7

Belastingstermijn en belastbare grondslag

§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die zijn opgenomen in het verwaarlozingsregister.

§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende 6 opeenvolgende maanden opgenomen is in het verwaarlozingsregister.

§3. Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit het verwaarlozingsregister, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van 12 maanden, te rekenen vanaf de termijn beschreven in §2.

Artikel 8

Belastingplichtige

§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw op het ogenblik dat de belasting verschuldigd wordt, zoals vermeld in artikel 7 § 2.

Als er een recht van opstal, erfpacht, vruchtgebruik of recht van bewoning bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht, van vruchtgebruik of van bewoning op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

In geval van overlijden van de belastingplichtige wordt ingekohierd op naam van de overleden belastingplichtige voorafgegaan door het woord ‘Erfgenamen’.

In geval van onverdeeldheid van meerdere belastingplichtigen wordt ingekohierd hetzij op naam van alle belastingplichtigen, hetzij op naam van een of meer van de belastingplichtigen gevolgd door de vermelding ‘en rechthebbenden’.

§2. In geval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de volledige belastingschuld. 

Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de volledige belastingschuld.

§3. In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het verwaarlozingsregister.

De instrumenterende ambtenaar stelt de administratie binnen 2 maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, de identiteitsgegevens, het adres en het eigendomsdeel van de nieuwe zakelijk gerechtigde.

Artikel 9

Tarief van de belasting

§1. De belasting bedraagt 1.750,00 EUR. 

§2. De belasting wordt vermeerderd met 1.000,00 EUR per bijkomende termijn van 12 maanden dat het gebouw of de woning in het verwaarlozingsregister staat. 

De maximale belasting bedraagt 6.750,00 EUR. 

De jaren waarvoor een vrijstelling werd toegekend, tellen niet mee voor de berekening van de belasting. 

§3. Bij overdracht van het zakelijk recht betreffende de woning of het gebouw wordt de belasting herrekend. De datum van de notariële akte geldt als referentiedatum om de heffingsdatum en het bedrag van de heffing te berekenen.

Dit geldt niet:

  • indien de nieuwe zakelijk gerechtigde een rechtspersoon betreft waarin de vorige zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert;
  • voor de overdracht die het gevolg is van een fusie, splitsing of andere overgang ten algemene titel.

Artikel 10

Vrijstellingen

§1. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling dient hiervoor zelf de nodige bewijsstukken voor te leggen. Deze vrijstellingen moeten elk jaar opnieuw, per aanslagjaar, voor de datum van het verschuldigd zijn van de belasting worden aangevraagd.

De aanvrager richt de aanvraag per beveiligde zending of via het online aanvraagformulier aan de gemeente. Het college van burgemeester en schepenen beslist binnen een termijn van orde van 60 dagen na ontvangst van het verzoek. Indien bijkomend onderzoek nodig is, kan de termijn verlengd worden met 60 dagen. De gemeente brengt de verzoeker per brief in kennis van haar beslissing over de vrijstelling.

Een beroep tegen de beslissing over een aanvraag tot vrijstelling kan ingediend worden bij de beroepsinstantie overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 12.

De gemeente kan ambtshalve vrijstellingen verlenen indien ze reeds over de nodige gegevens en bewijsstukken beschikt.

Uitsluitend de in het reglement opgesomde vrijstellingen worden toegepast.

§2. Persoonsgebonden vrijstellingen 

Er wordt een vrijstelling van de heffing verleend aan:

1° de belastingplichtige die op het ogenblik dat de belasting verschuldigd is, minder dan 1 jaar zakelijk gerechtigde is van de woning of het gebouw. Deze vrijstelling geldt ook voor de belastingplichtige die minder dan 1 jaar zakelijk gerechtigde is via erfopvolging of testament. De belastingplichtige dient de vrijstelling aan te vragen met bewijsstukken (aankoopakte, akte van erfopvolging, testament, eigendomsakte).

Deze vrijstelling geldt niet:

  • indien de nieuwe zakelijk gerechtigde een rechtspersoon betreft waarin de vorige zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert;
  • voor de overdracht die het gevolg is van een fusie, splitsing of andere overgang ten algemene titel.

2° de belastingplichtige die kan bewijzen dat de woning of het gebouw verkocht is aan de hand van een onderhandse verkoopovereenkomst. Nadien moet het bewijs geleverd worden dat binnen de 4 maanden na ondertekening van de onderhandse verkoopovereenkomst de notariële akte is verleden. Deze vrijstelling geldt slechts voor de eerste heffing volgend op de datum van de onderhandse verkoopovereenkomst.

De onderhandse overeenkomst bevat geen opschortende voorwaarden, met uitzondering van een eventuele opschortende voorwaarde van het verkrijgen van het akkoord van de schuldeisers tot doorhaling van de hypothecaire in- of overschrijvingen en/of het verkrijgen van een omgevingsvergunning. De duur van de vrijstelling wordt beperkt tot de duur die afgesproken is in de verkoopovereenkomst. Jaarlijks moet een stand van zaken aangetoond worden. Indien de onderhandse overeenkomst wel andere opschortende voorwaarden bevat, kan enkel een vrijstelling worden verleend als de opschortende voorwaarden vervuld zijn en de overeenkomst inzake de overdracht definitief is geworden. Een decretale verplichting om een voorkooprecht aan te bieden wordt niet als een opschortende voorwaarde beschouwd.

Een optie en een eenzijdige aankoopbelofte worden niet beschouwd als een onderhandse verkoopovereenkomst en geven geen recht op het verkrijgen van een vrijstelling;

3° de belastingplichtige die aantoont dat er sprake is van overmacht waardoor de woning of het gebouw geregistreerd blijft buiten de wil van de belastingplichtige. De vrijstelling wordt toegekend voor 1 aanslagjaar en kan jaarlijks verlengd worden als de overmacht aanhoudt.

Er kan pas sprake zijn van overmacht indien de inventarisatie aanhoudt omwille van redenen die volledig buiten de wil van de belastingplichtige om gebeuren en kan aangetoond worden dat de belastingplichtige tijdig alles in het werk heeft gesteld om die ongewilde situatie op te lossen. De vrijstelling wordt toegekend voor 1 aanslagjaar, maar kan verlengd worden zolang de overmacht aanhoudt. De belastingplichtige moet de vrijstelling dan zelf opnieuw aanvragen en motiveren met de nodige bewijsstukken, waaruit blijkt dat de overmacht nog steeds aanhoudt.

§3. Gebouwgebonden vrijstellingen 

Een vrijstelling wordt verleend als het gebouw of de woning:

1° gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of de eigenaar geen stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning krijgt omdat er een onteigeningsplan wordt voorbereid. De vrijstelling geldt tot aan de effectieve onteigening of stopzetting van het onteigeningsplan.

2° beschermd is als monument of stad- of dorpsgezicht krachtens het decreet van 12 juli 2013 en de bevoegde overheid een ingediend dossier voor een restauratiepremie ontvankelijk heeft bevonden of een attest heeft afgeleverd dat het pand in de huidige toestand mag blijven. Deze vrijstelling geldt zolang het restauratiedossier loopt of zolang het attest geldt.

3° op een perceel staat waarop een bodemsaneringsplicht rust:

Voorwaarde: De meetwaarden in het kader van een oriënterend bodemonderzoek tonen aan dat de bodemsaneringswaarden overschreden worden op het kadastraal perceel waarop het pand staat. Deze vrijstelling kan toegekend worden tot 1 aanslagjaar na de conformverklaring van het beschrijvend bodemonderzoek.

Of het pand staat op een perceel waarop een bodemsaneringsplicht rust. Deze vrijstelling kan toegekend worden tot één aanslagjaar na aflevering van de eindverklaring door de OVAM.

4° vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp.

Een ramp is elke gebeurtenis die zich heeft voorgedaan buiten de wil van de eigenaar en die uiterlijk waarneembare schade veroorzaakt aan het gebouw of de woning waardoor het gebruik of de bewoning van het gebouw of de woning geheel of ten dele onmogelijk wordt.

Deze vrijstelling geldt tot 6 maanden na uitbetaling van het verzekeringsbedrag of indien de vernieling of beschadiging niet door een verzekering gedekt zijn tot maximaal 2 jaar na het optreden van deze vernieling of beschadiging.

De eigenaar legt de bewijsstukken van de verzekering voor.

5° wordt gerenoveerd om de problematische toestand van de woning of het gebouw ten gronde aan te pakken.

  • Renovatiewerken die vergunningsplichtig zijn: 
    • Deze vrijstelling kan maximaal 3 opeenvolgende aanslagjaren verleend worden.
    • De belastingplichtige moet bewijzen dat de renovatiewerken in uitvoering zijn. 
    • De belastingplichtige legt volgende bewijsstukken voor: 
      • Een geldige omgevingsvergunning; 
      • Facturen van de uitgevoerde renovatiewerken en aangekochte bouwmaterialen. 
      • Foto’s van de uitgevoerde en nog uit te voeren werken.
    • Voor het eerste jaar wordt een vrijstelling verleend indien de renovatiewerken nog niet gestart zijn, maar wel kan aangetoond worden dat de renovatiewerken in voorbereiding zijn. Hiervoor legt de belastingplichtige volgende bewijsstukken voor:
      • Een geldige omgevingsvergunning voor renovatiewerken van maximaal 1 jaar oud; 
      • Of het bewijs dat een vergunning voor renovatiewerken aangevraagd werd;
      • Of het bewijs dat een overeenkomst met een architect werd afgesloten om een vergunning voor renovatiewerken aan te vragen.
  • Renovatiewerken die niet vergunningsplichtig zijn: 
    • Deze vrijstelling kan maximaal 2 opeenvolgende aanslagjaren verleend worden. 
    • De belastingplichtige moet bewijzen dat de renovatiewerken effectief bezig zijn. 
    • De belastingplichtige legt een renovatienota voor, met daarin minstens: 
      • Een overzicht van de reeds uitgevoerde en nog uit te voeren werken; 
      • Een tijdschema waarin de fasering van de werken wordt toegelicht;
      • Foto's van de uitgevoerde en nog uit te voeren werken; 
      • Facturen van maximum 1 jaar oud van de reeds uitgevoerde werken en offertes van de voorgenomen werken.
  • Indien zowel vergunningsplichtige renovatiewerken als renovatiewerken die niet vergunningsplichtig zijn worden uitgevoerd, kan de totale vrijstelling voor renovatiewerken maximaal 3 opeenvolgende aanslagjaren worden toegekend.
  • Indien de administratie dit nodig acht, wordt er een feitenonderzoek uitgevoerd door een personeelslid.

6° wordt gesloopt (evt. gevolgd door nieuwbouw):

  • De belastingplichtige legt één van volgende bewijsstukken voor:
    • Een omgevingsvergunning waaruit blijkt dat hij het pand zal slopen (evt. gevolgd door nieuwbouw).
    • Bewijs dat een omgevingsvergunning voor de sloop van het pand (evt. gevolgd door nieuwbouw) werd aangevraagd
    • Bewijs dat een overeenkomst met een architect werd afgesloten om een sloopvergunning voor het pand (evt. gevolgd door nieuwbouw) aan te vragen.
  • Deze vrijstelling kan maximaal één keer worden verleend.

Artikel 11

Invordering

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 12

Bezwaarmogelijkheid 

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

Artikel 13

Inwerkingtreding en bekendmaking

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk verwaarlozingsregister voor die datum blijven opgenomen met behoud van de oorspronkelijke opnamedatum.

Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikels 286 van het decreet het lokaal bestuur.

Artikel 14

Kennisgeving toezicht

Deze beslissing zal worden overgemaakt aan de toezichthoudende overheid.