De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.
Op basis van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder artikel 2.15 tot en met 2.20, kunnen gemeenten een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bijhouden.
Gemeenten kunnen een reglement aannemen om nadere materiële en procedurele regels voor het verwaarlozingsregister te bepalen.
Het reglement houdende registratie van en belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen dient hernieuwd te worden vanaf 1 januari 2026.
De gemeente maakt deel uit van IGS Wonen Zonnebeke – Langemark-Poelkapelle. Voor een gemeente die deelneemt aan een gesubsidieerd intergemeentelijk samenwerkingsproject lokaal woonbeleid is het opsporen, registreren en aanpakken van verwaarloosde woningen en gebouwen verplicht.
Doel van de belasting
De vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente. Vaak gaat het om situaties waarin een zakelijk gerechtigde of het object (woning of gebouw) zich bevinden, waarbij niet redelijkerwijze kan worden verwacht dat er dadelijk een einde aan de verwaarlozing kan worden gesteld: bijvoorbeeld bij allerlei vormen van onteigening, beschadiging door plotse ramp.
Verder zijn er ook de situaties waarbij men aan de betrokken belastingplichtige de kans wenst te geven om binnen een redelijke termijn de nodige acties te ondernemen om een einde te stellen aan de verwaarlozing: bijvoorbeeld bij de overdracht van het pand, de uitvoering van al dan niet vergunningsplichtige werken, de indiening van een restauratiepremie-dossier, sloop.
De vrijstelling voor belastingplichtigen die voor het gebouw of de woning reeds een gemeentelijke belasting op leegstand dient de betalen voor hetzelfde aanslagjaar, wordt niet langer voorzien. In de praktijk blijkt dat een aantal panden die zowel verwaarloosd als langdurig leegstaand zijn onvoldoende geactiveerd worden. Deze dubbele problematiek heeft een negatieve impact op het straatbeeld, de leefomgeving en het veiligheidsgevoel in de gemeente.
Om deze panden effectief aan te pakken en hun hergebruik te stimuleren, wordt voortaan een gecombineerde belasting geheven. Door het wegvallen van de vrijstelling en het invoeren van een dubbele belasting, beoogt de gemeente een krachtiger signaal te geven aan eigenaars om hun panden te renoveren en opnieuw in gebruik te nemen.
Begripsomschrijvingen
HOOFDSTUK 1. REGISTRATIE
Het verwaarlozingsregister
§1. De administratie houdt een register bij van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. In het verwaarlozingsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
Registratie in het verwaarlozingsregister
§1. Het college van burgemeester en schepenen stelt de personeelsleden aan voor de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen. De onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden worden omschreven in het artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2. Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten.
Als ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval worden beschouwd de gebreken die verder verval op korte termijn in de hand werken. Dit geldt in het bijzonder wanneer bij hoofd- en/of bijgebouw(en):
§3. Een verwaarloosde woning of verwaarloosd gebouw wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister aan de hand van een genummerd opnameattest waaraan minstens één foto wordt toegevoegd. Het opnameattest bevat een beschrijvend verslag met een opsomming van alle gebreken die aanleiding geven tot de opname in het verwaarlozingsregister.
§4. Een woning die opgenomen is in de Vlaamse inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
§5. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk leegstandsregister kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
Kennisgeving van registratie in het verwaarlozingsregister
§1. De administratie richt een eerste kennisgeving betreffende de verwaarlozing van de woning of het gebouw met een opsomming van de gebreken die aanleiding geven tot opname in het verwaarlozingsregister per aangetekend schrijven aan de zakelijk gerechtigde zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen.
De zakelijk gerechtigde kan de vaststelling binnen 30 dagen na de kennisgeving betwisten en/of binnen dezelfde termijn aantonen dat de woning of het gebouw niet (meer) verwaarloosd is.
Indien de verwaarlozing weerlegd wordt of ondertussen weggewerkt is, wordt de woning of het gebouw niet opgenomen in het register. De administratie brengt de zakelijk gerechtigde binnen de 60 dagen op de hoogte van deze beslissing.
§2. Wanneer de vaststelling niet werd betwist of de houder van het zakelijk recht er niet in slaagt de gebreken weg te werken of het tegenbewijs te leveren, wordt de woning of het gebouw opgenomen in het verwaarlozingsregister. De administratie bevestigt de opname op het verwaarlozingsregister per beveiligde zending aan de zakelijk gerechtigde.
Deze kennisgeving bevat:
De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde(n). Is de woonplaats niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest betrekking heeft.
Beroep tegen de registratie in het verwaarlozingsregister
§1. Binnen een termijn van 30 dagen die ingaat de dag na de datum van de beveiligde zending vermeld in artikel 4 §2, kan de houder van het zakelijk recht bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
Als datum van het beroepschrift geldt de datum van de beveiligde zending.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. Zolang de indieningstermijn van 30 dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
§3. Elk inkomend beroepschrift wordt in het verwaarlozingsregister geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging afgegeven of verstuurd.
§4. Het beroepschrift is onontvankelijk als het niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in §1.
§5. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.
§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek dat uitgevoerd wordt door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.
§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van 90 dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift.
§8. Als de kennisgeving vermeld in §7 niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.
§9. Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het verwaarlozingsregister.
§10. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het beroep tegen de registratie kan binnen een termijn van 3 maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
Schrapping uit het verwaarlozingsregister
§1. Een woning of een gebouw wordt geschrapt uit het verwaarlozingsregister wanneer de houder van het zakelijk recht bewijst dat de ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval die aanleiding gaven tot de opname in het verwaarlozingsregister en die zijn omschreven in artikel 3 §2 en §3 hersteld zijn of verwijderd. In geval van sloop moet alle puin geruimd zijn.
De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden.
§2. Voor de schrapping uit het verwaarlozingsregister richt de houder van het zakelijk recht een ondertekend en gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
Als datum van het schrappingsverzoek geldt de datum van de beveiligde zending.
Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De administratie kan ambtshalve schrappen indien ze reeds over de nodige gegevens en bewijsstukken beschikt.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het verwaarlozingsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het verwaarlozingsregister. De indieningsdatum van het schrappingsverzoek geldt als de datum waarop de woning of het gebouw uit het verwaarlozingsregister wordt geschrapt.
Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5.
HOOFDSTUK 2. BELASTING OP VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN
Belastingstermijn en belastbare grondslag
§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die zijn opgenomen in het verwaarlozingsregister.
§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende 6 opeenvolgende maanden opgenomen is in het verwaarlozingsregister.
§3. Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit het verwaarlozingsregister, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van 12 maanden, te rekenen vanaf de termijn beschreven in §2.
Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw op het ogenblik dat de belasting verschuldigd wordt, zoals vermeld in artikel 7 § 2.
Als er een recht van opstal, erfpacht, vruchtgebruik of recht van bewoning bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht, van vruchtgebruik of van bewoning op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
In geval van overlijden van de belastingplichtige wordt ingekohierd op naam van de overleden belastingplichtige voorafgegaan door het woord ‘Erfgenamen’.
In geval van onverdeeldheid van meerdere belastingplichtigen wordt ingekohierd hetzij op naam van alle belastingplichtigen, hetzij op naam van een of meer van de belastingplichtigen gevolgd door de vermelding ‘en rechthebbenden’.
§2. In geval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de volledige belastingschuld.
Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de volledige belastingschuld.
§3. In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het verwaarlozingsregister.
De instrumenterende ambtenaar stelt de administratie binnen 2 maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, de identiteitsgegevens, het adres en het eigendomsdeel van de nieuwe zakelijk gerechtigde.
Tarief van de belasting
§1. De belasting bedraagt 1.750,00 EUR.
§2. De belasting wordt vermeerderd met 1.000,00 EUR per bijkomende termijn van 12 maanden dat het gebouw of de woning in het verwaarlozingsregister staat.
De maximale belasting bedraagt 6.750,00 EUR.
De jaren waarvoor een vrijstelling werd toegekend, tellen niet mee voor de berekening van de belasting.
§3. Bij overdracht van het zakelijk recht betreffende de woning of het gebouw wordt de belasting herrekend. De datum van de notariële akte geldt als referentiedatum om de heffingsdatum en het bedrag van de heffing te berekenen.
Dit geldt niet:
Vrijstellingen
§1. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling dient hiervoor zelf de nodige bewijsstukken voor te leggen. Deze vrijstellingen moeten elk jaar opnieuw, per aanslagjaar, voor de datum van het verschuldigd zijn van de belasting worden aangevraagd.
De aanvrager richt de aanvraag per beveiligde zending of via het online aanvraagformulier aan de gemeente. Het college van burgemeester en schepenen beslist binnen een termijn van orde van 60 dagen na ontvangst van het verzoek. Indien bijkomend onderzoek nodig is, kan de termijn verlengd worden met 60 dagen. De gemeente brengt de verzoeker per brief in kennis van haar beslissing over de vrijstelling.
Een beroep tegen de beslissing over een aanvraag tot vrijstelling kan ingediend worden bij de beroepsinstantie overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 12.
De gemeente kan ambtshalve vrijstellingen verlenen indien ze reeds over de nodige gegevens en bewijsstukken beschikt.
Uitsluitend de in het reglement opgesomde vrijstellingen worden toegepast.
§2. Persoonsgebonden vrijstellingen
Er wordt een vrijstelling van de heffing verleend aan:
1° de belastingplichtige die op het ogenblik dat de belasting verschuldigd is, minder dan 1 jaar zakelijk gerechtigde is van de woning of het gebouw. Deze vrijstelling geldt ook voor de belastingplichtige die minder dan 1 jaar zakelijk gerechtigde is via erfopvolging of testament. De belastingplichtige dient de vrijstelling aan te vragen met bewijsstukken (aankoopakte, akte van erfopvolging, testament, eigendomsakte).
Deze vrijstelling geldt niet:
2° de belastingplichtige die kan bewijzen dat de woning of het gebouw verkocht is aan de hand van een onderhandse verkoopovereenkomst. Nadien moet het bewijs geleverd worden dat binnen de 4 maanden na ondertekening van de onderhandse verkoopovereenkomst de notariële akte is verleden. Deze vrijstelling geldt slechts voor de eerste heffing volgend op de datum van de onderhandse verkoopovereenkomst.
De onderhandse overeenkomst bevat geen opschortende voorwaarden, met uitzondering van een eventuele opschortende voorwaarde van het verkrijgen van het akkoord van de schuldeisers tot doorhaling van de hypothecaire in- of overschrijvingen en/of het verkrijgen van een omgevingsvergunning. De duur van de vrijstelling wordt beperkt tot de duur die afgesproken is in de verkoopovereenkomst. Jaarlijks moet een stand van zaken aangetoond worden. Indien de onderhandse overeenkomst wel andere opschortende voorwaarden bevat, kan enkel een vrijstelling worden verleend als de opschortende voorwaarden vervuld zijn en de overeenkomst inzake de overdracht definitief is geworden. Een decretale verplichting om een voorkooprecht aan te bieden wordt niet als een opschortende voorwaarde beschouwd.
Een optie en een eenzijdige aankoopbelofte worden niet beschouwd als een onderhandse verkoopovereenkomst en geven geen recht op het verkrijgen van een vrijstelling;
3° de belastingplichtige die aantoont dat er sprake is van overmacht waardoor de woning of het gebouw geregistreerd blijft buiten de wil van de belastingplichtige. De vrijstelling wordt toegekend voor 1 aanslagjaar en kan jaarlijks verlengd worden als de overmacht aanhoudt.
Er kan pas sprake zijn van overmacht indien de inventarisatie aanhoudt omwille van redenen die volledig buiten de wil van de belastingplichtige om gebeuren en kan aangetoond worden dat de belastingplichtige tijdig alles in het werk heeft gesteld om die ongewilde situatie op te lossen. De vrijstelling wordt toegekend voor 1 aanslagjaar, maar kan verlengd worden zolang de overmacht aanhoudt. De belastingplichtige moet de vrijstelling dan zelf opnieuw aanvragen en motiveren met de nodige bewijsstukken, waaruit blijkt dat de overmacht nog steeds aanhoudt.
§3. Gebouwgebonden vrijstellingen
Een vrijstelling wordt verleend als het gebouw of de woning:
1° gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of de eigenaar geen stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning krijgt omdat er een onteigeningsplan wordt voorbereid. De vrijstelling geldt tot aan de effectieve onteigening of stopzetting van het onteigeningsplan.
2° beschermd is als monument of stad- of dorpsgezicht krachtens het decreet van 12 juli 2013 en de bevoegde overheid een ingediend dossier voor een restauratiepremie ontvankelijk heeft bevonden of een attest heeft afgeleverd dat het pand in de huidige toestand mag blijven. Deze vrijstelling geldt zolang het restauratiedossier loopt of zolang het attest geldt.
3° op een perceel staat waarop een bodemsaneringsplicht rust:
Voorwaarde: De meetwaarden in het kader van een oriënterend bodemonderzoek tonen aan dat de bodemsaneringswaarden overschreden worden op het kadastraal perceel waarop het pand staat. Deze vrijstelling kan toegekend worden tot 1 aanslagjaar na de conformverklaring van het beschrijvend bodemonderzoek.
Of het pand staat op een perceel waarop een bodemsaneringsplicht rust. Deze vrijstelling kan toegekend worden tot één aanslagjaar na aflevering van de eindverklaring door de OVAM.
4° vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp.
Een ramp is elke gebeurtenis die zich heeft voorgedaan buiten de wil van de eigenaar en die uiterlijk waarneembare schade veroorzaakt aan het gebouw of de woning waardoor het gebruik of de bewoning van het gebouw of de woning geheel of ten dele onmogelijk wordt.
Deze vrijstelling geldt tot 6 maanden na uitbetaling van het verzekeringsbedrag of indien de vernieling of beschadiging niet door een verzekering gedekt zijn tot maximaal 2 jaar na het optreden van deze vernieling of beschadiging.
De eigenaar legt de bewijsstukken van de verzekering voor.
5° wordt gerenoveerd om de problematische toestand van de woning of het gebouw ten gronde aan te pakken.
6° wordt gesloopt (evt. gevolgd door nieuwbouw):
Invordering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Inwerkingtreding en bekendmaking
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk verwaarlozingsregister voor die datum blijven opgenomen met behoud van de oorspronkelijke opnamedatum.
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikels 286 van het decreet het lokaal bestuur.
Kennisgeving toezicht
Deze beslissing zal worden overgemaakt aan de toezichthoudende overheid.